Uit de Indische Bladen. De Heer Van Emmerik en het Leger des Heils.

Salatiga witte kruis kolonie en de heer Emmerik

De Heer Van Emmerik uit de Wittekruiskolonie nabij Salatiga

Uit: Gedenkboek voor Nederlandsch-Indië ter gelegenheid van het Regeeringsjubileum van Hare Majesteit de Koninging, 1898-1923; Redactiecommissie: L.F. van Gent, W.A. Penard, Dr. D.A. Rinkes; G. Kolff & Co, Batavia/Leiden.
Met dank aan Joep Walter van Buitenzorgreizen

De Heer Brooshooft schrijft in de Loc.: Van de kota Salatiga over den ruimstillen aloon-aloon :

Westwaarts rijdende in de richting Getassan- Grabak- Magelang, komt men ongeveer bij den tweeden paal aan een diep ravijn, waar koetsier en knolletjes strike maken en de reiziger te voet zijn weg moet vervolgen. Na een diepe daling brengt een klein half uur onafgebroken stijgen hem bij het terrein te Warak, waar de heer Van Emmerik thans bezig is den grondslag te leggen voor een instelling, die zeker voor Indië groote beteekenis zal krijgen. Met een prachtig uitzicht op het helgroene, door donkere boomvlakken afgewisselde, sawahtapijt van het dal en op den achtergrond de zwarte bergkoppen van Merapi en Merbaboe, met wolkendons om de reuzenhalzen, zal de Witte Kruis Kolonie daar liggen als een monument van menschenliefde, beheerschende de kalm zelfzuchtige natuur.

Sedert mijne vorige mededeelingen toch omtrent de plannen van den heer Van Emmerik heeft zijne voorgenomen bedelaars kolonie een onverwachten stoot gekregen door de opdracht van den resident van Semarang ook de zorg op zich te nemen voor door de cholera gemaakte Javaansche weezen. Nadat dit bekend werd zijn den heer v. E. van verschillende zijden gelden toevertrouwd, die hem in staat stellen op de beslissing op zijne aanvrage van gouvernements-erfpachtsgronden vooruit te loopen door van de bevolking alvast op te koopen de gebruiksrechten op eenige minwaardige gronden, een elftal bouws, volgens controleurs-taxatie overgenomen voor f 330 — voldoend terrein dus voor het oprichten van de woningen, loodsen en verdere gebouwen zoowel der bedelaars kolonie als van het weezen-asyl.

Sedert ongeveer 14 dagen is hij daar nu ongeveer aan 't werk, bijgestaan door drie ijverige assistenten, den heer Zuppinger, een jongmensch dat hem reeds bij de bedelaars
bedeeling te Salatiga, zoowel persoonlijk als met een deel van zijn klein traktement als
opziener in de bibitplanterij steunde; den heer Blommesteyn, stoeren jongen zoon van den
klein-landbouwer Blommesteyn van Tenggaran, die zelf flink de patjol. hanteert; en den heer
Zeeman, een cavalerist die te Salatiga deel uitmaakte van de jongelings-vereeniging en thans
zijn verloftijd besteedt om met krachtige hand den heer Van Emmerik te helpen in het
omvangrijke werk van materialenvervoer, opslaan der gebouwen, inrichting van keuken en
andere bijdingen der vestiging.

Sedert 13 mei is de heer v. Emmerik met vrouw en kinderen zelf in een zeer primitieve woning ingetrokken. Dertien andere huisjes zijn nagenoeg gereed, alle gemaakt van kepang met houten stijlen en pannen daken. De meeste huisjes zijn kant en klaar gekocht in de desa's bij Salatiga en worden tegen aangenomen arbeidsloon vervoerd naar Warak en daar weer opgeslagen. Andere materialen worden insgelijks nn de desa gekocht. Langs den weg naar Warak ziet men dan ook algemeene drukdoenerij van gepikel en gedribbel. Als werkvolk fungeeren gedeeltelijk ambachtslui gedeeltelijk de leegloopende massa die een cent of wat wil verdienen. De bedoelde huisjes zijn grootendeels bestemd voor huisvesting van bedelaars, kreupelen, lammen, zieken, alle inlandsche ellende die men maar wil opzenden. Tot mijn genoegen vernam ik dat ook van de ongelukkigen in Oost-Semarang, met wier verpleging men het min3t weg weet, een deel naar Warak zal worden gedirigeerd. Inlanders worden door den heer en mevrouw v, E. gedresseerd tot verplegers. Zijn eenmaal do ziekenbarakken ingericht, dan wil de ijverige dokter djawa van Salatiga zeer gaarne periodieke bezoeken brengen voor de geneeskundige behandeling. De zwakken en herstellenden zullen aan lichten arbeid, vlechtwerk enz. worden gezet. De arbeidskrachtigen zullen, zoodra de erfpachtsgronden zijn verkregen, het naburige dadapbosch vellen, suikerriet voor bibit planten, vee hoeden, aardappelen, ketella, padi gogo telen, de voor ambacht aangelegden zuhen kleeren maken, smeden timmeren. Alles is nog in embryo, maar men ziet de vrucht zich reeds zetten. Dé geheele bedeaarsbrigade van Salatiga welks ingezetsnen met loffelijke  volharding voor dit deel van het goede werk blijven bijdragen, beweegt zich thans reeds naar Warak en ieder bij wien een hulpvrager zich aanmeldt is gewaarschuwd om hem voortaan te verwijzen naar de nieuwe kolonie. Eten kan reeds voor den menschen worden gekookt. De pas onder dak gebrachte keuken zal haar gemetseld fornuisovermorgen klaar hebben. Twee groote ijzeren ketels, met houten koekoesans, staan gereed om de ryst te stoomen of te koken.

De water quaestie is afdoende opgelost door de ijverige hulp van den ass. wedono van Getassan die o.a. uit eigen beweging een kleine waterleiding van' Djangkrikan naar het terrein heeft laten maken, voor welken arbeid de heer v. Emmerik aan de bevolking een matige schadeloosstelling zal betalen.
In die leiding was nog slechts noodig een ijzeren talang (buis) over een ravijn, welke nu
insgelijks tegen f 110 is voltooid. Bad- en waschwater zijn dus verzekerd. Drinkwater wordt
wordt nog moeitevol aangebracht van Salatiga, met een waterkar, doch zal na eenige voorziening gemakkelijker worden verkregen van de desa Soemogawè. Blijkt het na onderzoek
niet geheel vertrouwd, dan zal het als vaste regel gekookt worden vóór de verstrekking.

Van de vermelde huisjes voor de eigenlijke bedelaars, werkeloozen en zieken is geheel
afgescheiden het reeds afgebakende doch nog niet bebouwde emplacement voor de weeskinderen, twee vierhoeken met zijden van 40 meters lengte, een voor jongens en een voor meisjes. De heer v. Emmerik is bezig de materialen voor de daarop te zetten huizen in te koopen. Echter is reeds een ruime loods met rustbanken, tikars en goedkoope sarongs gereed om de eerste kinderen, die 14 of 15 Mei door den ass.-resident van Semarang zouden worden opgezonden, te  ontvangen. Zij zullen worden verpleegd, en naar mate hunner herstellende krachten aan licht werk worden gezet. Onderwijs en leiding zullen natuurlijk zijn in den geest van Christus, als zoon  Gods ter delging van onze zondenschuld op de aarde gekomen. Iik moet hier aanteekenen, dat de heer en mevrouw v. Emmerik als bestuurders dezer kolonie thans geheel zelfstandig werken, zonder eenige ondergeschiktheid aan of band — behalve die van wederzijdsche liefde en waardeering — met het Heilsleger. Moreel voelt de heer v. E. zich alleen gecontroleerd door  God. Voor de finantiëele en materiëele contrôle  zou hij gaarne zien dat te Salatiga een Comité werd gevormd, aan het welk hij geregeld inzage van zijne boeken en verantwoording  wenscht te geven. Ik beveel dit denkbeeld aan, want schoon zelfs de gedachte aan wantrouwen  reeds een onrecht zou zijn jegens dezen voortreffelijken dweper dien ik meer en meer ten behoeve onzer ongelukkige inlanders leer op prijs stellen, kan de publieke zaak niet regelmatig genoeg worden behandeld en acht ik dus een Comité voor .de finantiëele contrôle even gewenscht als de heer v E. zelf


Bron: Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië
Editie: X 20-05-1902, Jaargang, nummer: X 7, 111



<< Vorige Pagina