Het gebouw van Djoen Eng (1/2)
 

Luchtfoto - Djoen Eng

Luchtfoto  van Djoen Eng

 

Djoen Eng

De heer Kwik Djoen Eng (1859-1935), afkomstig uit Taiwan was een succesvol onderne-
mer met internationale reputatie. In Semarang richtte hij de NV Kwik Hoo Tjong Handelsonderneming op. Voor zijn gezin met vier kinderen, bouwde hij, tussen 1921 en 1925, in Salatiga een grote luxueuze woning in Chinese stijl met binnenin veel marmer en rijk versierd met porselein. Rondom was een grote, goed aangelegde tuin met aan de voorkant een lange inrit met 2 fonteinen en aan de rechterkant 2 tennisbanen. Aan de linker achtertuin, verwijderd van het hoofdgebouw, waren de bijgebouwen, met o.a. garages en . De heer Kwik Djoen Eng maakte dit complex steeds grootser en mooier, waardoor de kosten hoog opliepen en op 3 miljoen Nederlandse guldens uitkwamen, voor die tijd een gigantisch groot bedrag.
Het hoofdgebouw stond op een helling van de "Goenoeng Boender", een grote heuvel, waardoor het goed opviel en op een oosters kasteel leek.
Het complex lag aan het eind van de Toentangseweg aan de noordgrens van de stad. In 1930 ging Djoen Eng's handelsonderneming door de internationale crisis en vooral door de hoge kosten van dit gebouw failliet en werd het door de financier De Javaanse Bank in beslag genomen. Nadat de inboedel was weggehaald, stond het lange tijd leeg.

Het complex staat bekend als Djoen Eng, in de volksmond Tjoening. Toen tijdens de tweede wereldoorlog de Duitsers Nederland in 1940 binnen vielen, werden de Duitsers die in Indië, vooral bij de politie werkten, hier geḯnterneerd. Toen Japan de oorlog verklaarde werden zij naar Australië overgebracht. Tijdens de Japanse bezetting, begin 1943, werd het gebouw omheind met prikkeldraad en werden er ongeveer 180 Nederlandse jongens en mannen, die geen militair waren, en ongeveer 40 Nederlandse paters en broeders opgesloten. Begin 1944 werden ze naar andere Japanse kampen overgebracht en werd dit kamp opgeheven. Tijdens de bersiaptijd, in 1945, werden de Nederlandse jongens en mannen uit Salatiga in dit lege gebouw opgesloten. Het waren er ongeveer 300 personen, zodat alle vertrekken vol waren. Zij hadden in het gebouw bewegingsvrijheid en sliepen op de grond.
Nadat deze mensen naar Solo waren overgebracht, werd het een opleidingskamp voor militairen van het Indonesische leger. Toen het Nederlandse leger in 1947 in Salatiga kwam, werd dit hun hoofdkwartier.
In 1949 vertrokken ze naar Nederland.

Hierna werd het complex gekocht door de Geredja Katolik (Katholieke Kerk)
Omdat het houtwerk slecht was en dit gebouw een andere bestemming zou krijgen, werd het grondig gerestaureerd. De houten koepel en 4 houten torens werden verwijderd. De open galerijen aan de voorkant werden dicht gemaakt, waardoor het een gesloten gebouw werd.
Hierna vestigden de Broeders van het FIC uit Maastricht zich in het gebouw en werd het het retraite- en vormingscentrum Instituut Roncalli. In 1990 had een Nederlandse priester uit Vlaardingen er de leiding.
De tuin rondom het gebouw ging in andere handen over voor de bouw van huizen. Daarom werd de ingang van het Instituut verplaatst naar een zijstraat van de Toentangse weg. In 1974 werd de grote zaal achter in het gebouw, de vroegere feestzaal, gebruikt door een SMP-school (een MAVO)
Thans is het gebouw vanaf de Toentangseweg, nu Jl. Diponegoro, nog nauwelijks te zien.

© Foto en tekst Eddy van der Wal (Houten)

Zie ook het artikel Internierung auf Java 1940/41 over de internering van Duitse vrouwen en kinderen in Djoen Eng

 Volgende pagina ˃˃