Astaga.nl

Tijdlijn Indonesië 1900-1960

Periode 1950

Periode Gebeurtenis
1950 Nadat Nederland de onafhankelijkheid van Indonesië had moeten aanvaarden werd een begin gemaakt met de repatriëring van
Nederlandse burgers. Uiteindelijk verlieten 300.000 personen het land.
Veel Nederlandse militairen en kolonisten konden zich echter niet neerleggen bij de Indonesische onafhankelijkheid.

23 jan - Mislukte coup van Westerling tegen de Verenigde Staten van  Indonesië (RIS). Zijn volgelingen slaagden er slechts in rellen te schoppen in Bandung en Jakarta, zonder duidelijk de kracht te hebben om de macht van de Republiek Indonesië over te nemen”.

Naast leden van Westerling's "privéleger" de APRA (Angketan Perang Ratu Adil: 'Legioen van de Rechtvaardige Vorst'),  deden ook circa 300 KNIL-militairen mee. Het doel van de coup was het Indonesische leger uit te schakelen, het bewind van president Soekarno omver te werpen en te vervangen door een nieuwe regering, die het bestaan van de deelstaten zou respecteren. Het werd een fiasco door de amateuristische opzet en het uitblijven van steun. Westerling zelf, met slechts een tiental mannen naar Djakarta vertrokken, kon niet anders doen dan onderduiken. Een maand lang trok hij van het ene naar het andere onderduikadres om uit handen van de Indonesische autoriteiten te blijven.

Het plan van Westerling was om op 3 Februari,
de datum waarop Soekarno uit New Delhi op Kamajoran zou
arriveren, deze te arresteren als algemeen sein voor een
massale vernietiging van de T.N.I.  in West-Java. Als
nieuwe President van de R.I.S. z i e t Westerling Kartosuwirjo , de leider van de Darul Islam.

http://www.inghist.nl/pdf/nib/pdf_afbeeldingen/7000/7101.pdf
  Maart 1950.  In Makassar ontstaat er een opstand van oud-KNIL-militairen onder leiding van Andi Abdoel Aziz. Deze soldaten waren toegetreden tot het leger van de RIS, maar wensten niet dat er soldaten uit Java (hun oude vijanden) aan land zouden gaan. De regering van Soekawati steunde de opstandelingen.
 Opheffing deelstaat Oost –Indonesië Midden april 1950.  Militairen van de VRI landen te Makassar. De regering van de deelstaat Oost-Indonesië wordt door de voorlopige volkvertegenwoordiging naar huis gestuurd en vervolgens besluit diezelfde volksvertegenwoordiging de deelstaat op te heffen. De nu afgezette minister van justitie Chris Soumokil wordt geholpen naar Ambon te vluchten.
 
Proclamatie van de RMS 25 april - Proclamatie onafhankelijk Republik  Maluku Selatan (RMS)
Manuhutu wordt president van de nieuwe republiek, Wairisal premier, Soumokil minister van Buitenlandse Zaken en Manusama minister van Onderwijs. Onderhandelingen met de Republiek worden afgebroken en Jakarta besluit tot een economische blokkade van Ambon

Binnen Oost-Indonesië vormden de Zuid-Molukken een apart district: Daerah Maluku Selatan (Provincie der Zuid Molukken). De districtsbestuurders J.H. Manuhutu en A. Wairisal werden tijdens een 'volksvergadering' zwaar onder druk gezet, door Soumokil c.s waaronder ir. Manusama, om de Zuid-Molukken onafhankelijk te verklaren.

  26 juli - Het KNIL wordt opgeheven

Op 26 juli 1950 heft de Nederlandse regering het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) op. Het koloniale leger telt op dat moment nog ongeveer 65.000 militairen.

Van de 15.000 Nederlandse militairen gaan 7.500 naar de landmacht (en naar de luchtmacht). De overige 7.500 militairen worden ontheven van hun taak (gedemobiliseerd).
Van de 50.000 inheemse militairen gaan 26.000 naar het leger van Indonesië. 20.000 demobiliseren en 4.000 komen naar Nederland.

bron: defensie.nl
  28 sep - De Indonesische strijdkrachten zetten de aanval in op Ambon. Molukse KNIL'ers en jonge vrijwilligers uit de dorpen bieden heftig verzet, maar zijn niet opgewassen tegen de veel beter bewapende Indonesische troepen.

Vóór de Indonesische inval zijn Soumokil en zijn baretten reeds naar Ceram uitgeweken.
  6 nov. Ambon stad wordt ingenomen waarbij Molukse TNI'ers en Molukse RMS'ers tegenover elkaar staan.
De RMS-regering weet te vluchten en voegt zich bij Soumokil op Ceram.

Wairisal werd op een gegeven moment, samen met onder anderen Manusama, naar Nederlands Nieuw-Guinea gestuurd om van daaruit buitenlandse steun te werven voor de RMS.
De RMS'ers werd daar echter door de Nederlandse regering verboden om politiek te bedrijven. Wairisal en Manuhuttu gaven er ten slotte de brui aan en reisden in 1953 naar Jakarta om zich over te geven. Wairsal werd na twee jaar hechtenis in 1955 tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld en keerde in 1958 naar Ambon terug. Daar overleed hij in 1990.

Manusama ging in 1953 naar Nederland. Daar zou hij politiek leider worden van de 'Nederlandse Molukkers'. Die waren in 1950 en 1951 in Nederland terechtgekomen, omdat de Nederlandse regering niet wist wat ze met hen aanmoest.

Toen de RMS-opstand op Ambon was uitgebroken zaten zo'n ruim vierduizend Molukse ex-KNIL'ers, met hun gezinnen in kazernes op Java en Sumatra. Zij wensten niet naar de TNI over te gaan, maar ze wilden ook niet op Java demobiliseren. De Nederlandse regering wilde niet dat zij naar Nederlands Nieuw-Guinea gingen om vandaar voor de RMS te strijden omdat daarmede de verhouding met Indonesië ernstig kon worden verstoord.

Zuid-Molukkers spanden een kort geding aan tegen Nederland om te verhinderen dat ze onvrijwillig in Indonesië  zouden worden gedemobiliseerd. Dit kort geding werd door hen gewonnen..

Zij behoorden nu officieel tot de Koninklijke landmacht. Ze kregen het dienstbevel om naar Nederland te komen. Op de boot ontvingen ze een briefje met de mededeling dat ze uit dienst waren ontslagen.

  Nederland erkende de RMS niet. Immers de soevereiniteits-overdracht betrof geheel Nederlands-Indië met uitzondering van Nieuw-Guinea.
Nederland kon dus in dat gebied geen andere soevereine staat erkennen. Wat Nederland wel wou doen was te proberen om zelf of met steun  van de UNCI (United Nations Commission For Indonesia), te bemiddelen in het militair conflict tussen Indonesië en de RMS.
 
De Nieuw-Guinea kwestie

Het Nederlandse beleid in de jaren 1950-1960 kenmerkte zich door het beschavingsoffensief om de Papoea-bevolking in Nieuw-Guinea op te voeden, te civiliseren en voor te bereiden op zelfstandigheid, onafhankelijk van de Republiek Indonesië. De wens een grote mogendheid te blijven en gevoelens van morele superioriteit waren hierbij maatgevend; Nieuw-Guinea was als kolonie economisch gezien niet erg waardevol.
Nadat Soekarno de macht aan zich getrokken had, werd het bezit van Nieuw-Guinea zowel voor Nederland als voor Indonesië een nationale prestigekwestie. Tussen 1958 en 1962 dregde zelfs een oorlog tussen beide landen uit te breken over Nieuw-Guinea. Amerikaanse bemiddeling leidde tot overdracht van het Nederlandse bestuur aan een interim regering onder de vlag van de Verenigde Naties. In mei 1963 droeg deze het gebied over aan de Indonesische regering.
Na een militaire confrontatie droeg Nederland onder internationale druk Nieuw-Guinea in 1962 over aan de Verenigde Naties, die het gebied in 1963 aan Indonesië zou overdragen. Met het vertrek uit Nieuw-Guinea kwam een definitief einde aan een directe koloniale verhouding tussen Nederland en Indonesië.

Geschiedenis.nl
Op 17 aug.  Proclamatie van de eenheidsstaat onder de naam Republik Indonesia.  
 
De volgende pagina's zijn in voorbereiding =>