Astaga.nl

Tijdlijn Indonesië 1900-1960

Periode 1945

Periode Gebeurtenis
 
1945 31 apr - Australische landing op Tarakan en de oostkust van Borneo.
  1 mrt - De BPUPKI ('Badan Penyelidik Usaha Persiapan Kemerdekaan Indonesia) wordt opgericht onder voorzitterschap van Dr. Radjiman Wediodiningrat.
  1 juni - Soekarno introduceert zijn Pancasila  (5 beginselen) tijdens een vergadering van de BPUPKI.
1. Geloof in de ene en enige God.
2. Rechtvaardig en beschaafde menselijkheid.
3. Eenheid van bevolking van Indonesië.
4. Democratie geleid door de innerlijke wijsheid.
5. Sociale rechtvaardigheid voor de gehele Indonesische bevolking.
  24 jul - 50.000 mannen en vrouwen melden zich aan voor de bevrijding van Indië.
  6 aug. - Atoombom op Hirosjima
  7 aug - Op Java wordt door de Japanners het laatste "comité van voorbereiding van de onafhankelijkheid" geïnstalleerd.
  9 aug - Atoombom op Nagasaki. Soekarno, Hatta en Radjiman worden ontboden naar het hoofdkwartier van Maarschalk Teranchi in Saigong.
Capitulatie van Japan 14 aug. - Capitulatie van Japan.

De capitulatie wordt een week lang  door het  lokale Japanse gezag verzwegen. Dit schept een gezagsvacuüm: in die spanning wordt door Soekarno en Hatta  onder dwang van jeugdige Indonesiërs op 17 augustus 1945 de zelfstandigheid uitgeroepen.

Uitroeping Zelfstandigheid 17 aug. - Uitroeping der Republiek Indonesië door Soekarno en Hatta c.s. in Batavia.


Sjahrir Soekarno Hatta
Sjahrir, Soekarno, Hatta

Twee dagen na de Japanse overgave en het eind van de Tweede Wereldoorlog, roepen Soekarno en zijn rechterhand Muhammad Hatta op 17 augustus de onafhankelijke 'Republik Indonesia' uit. c.s. in Batavia.
Deze dag gaat de geschiedenis in als Hari Raya Kemerdekaan Republik Indonesia  

De Nederlanders schenken eerst weinig aandacht aan de woorden van de 'verraders' en met de Japanners hadden samengewerkt en met wie nooit mocht worden onderhandeld. Ze dachten na de oorlog weer op de oude voet door te kunnen gaan in Indië, maar tot hun schrik merkten ze dat ze niet meer welkom waren.

Vanuit Nederlands oogpunt gezien, leek Indonesië na 17 augustus 1945 nog steeds Nederlands-Indië, al was het maar omdat er in de regering en Staten-Generaal nog zo over werd gesproken.

Op verzoek van de Nederlandse regering nemen de Britten voorlopig het gezag waar.
  2 sept. Officiële overgave van de Japanners op de oorlogsbodem de Missouri in de Baai van Tokio.
  Op 8 september wordt het eerste RAPWI-team boven Batavia geparachuteerd. Een week later arriveren de marineschepen HMS Cumberland en Hr.Ms. Tromp bij Batavia. Aan boord bevinden zich o.a. de Nederlandse vertegenwoordiger bij SEAC, dr. Ch.O. van de Plas, en vice-admiraal W.R. Patterson, de vertegenwoordiger van Mountbatten, de opperbevelhebber SEAC. Op advies van Patterson besluit Mountbatten dat voorlopig alleen Batavia en Soerabaja door Britse troepen worden bezet. Later worden daar andere steden aan toegevoegd. Op 19 september betuigt een menigte van naar schatting 100.000 Indonesiers op het voormalige Koningsplein haar steun aan de Republiek Indonesia. De Japanners, die de bijeenkomst hadden verboden, grijpen niet in. Soekarno spreekt de menigte toe en vraagt de menigte de Republikeinse regering te gehoorzamen. Zijn beheerste optreden maakt indruk op Patterson. Op 28 september landt de voorhoede van de 23ste Brits-Indische Divisie in Batavia. De opperbevelhebber luitenant-generaal sir Philip Christison verklaart dat de Britten zich niet zullen bemoeien met de interne aangelegenheden. De Britten bezetten alleen bruggenhoofden (de zgn "key area") en zijn er om geinterneerde burgers en krijgsgevangenen te helpen. Aan Nederlandse kant leidt de Britse terughoudendheid tot verbijstering en onbegrip
Vlagincident in Surabaya 19 sep - Vlagincident in Surabaya. Nederlandse inwoners hijsen op het dak van Hotel Oranje de Nederlandse vlag. De Pemoeda's (jongeren) vatten dit op als een provocatie . Het hotel wordt bestormd, van de neergehaalde vlag wordt de blauwe baan afgescheurd en
opnieuw als roodwitte Indonesische vlag gehesen.
   
  28 sep - Australische havenarbeiders weigeren Nederlandse schepen te laden met munitie en uitrusting voor Indonesië
Bersiap 9/30 sep - Britse troepen, verantwoordelijk voor de bevrijding van Nederlands-Indië landen te Batavia. De komst van deze Britse troepen luidde ook het begin in van het revolutionair geweld die in Nederland werden aangeduid als de bersiap: de strijd tegen het kolonialisme en de aanwezigheid van koloniale machten in de nieuwe Republiek.
   
  11 okt - Het eerste Republikeinse kabinet wordt gevormd. Als Minister van Voorlichting treedt op Mr. Amir Sjarifoeddin
  16 okt - Regeringsverklaring in de Tweede Kamer: wel contact met indonesische leiders. Besprekingen met Soekarno zijn onwaardig en onvruchtbaar.
23 oktober - De Britse Luitent-Generaal Christison arrangeert een ontmoeting tussen Van Mook , Van der Plas en Soekarno vergezeld door Hatta, Soebardjo en H.A. Salim. Van Mook zette zijn ideeën uit die in lijn waren met wat koningin Wilhelmina tijdens haar 7 december rede had uitgesproken: zelfstandigheid binnen Koninkrijksverband. De ontmoeting leverde geen resultaat op.
- Eervol ontslag van Jhr. Tjarda van Starkenborgh Stachouwer als Gouverneur -Generaal. Op zijn verzoek, vanwege een verschil van inzicht tussen hem en de regering inzake het Indisch beleid.
  25 okt. - Britse troepen landen in Soerabaja. Er volgen hevige gevechten.
26 okt.-  Kolonel Aubertin Walter Sothern Mallaby sluit een overeenkomst met Suryo, Indonesische gouverneur van Oost-Java, waarin staat dat de Engelsen Indonesische troepen en militie zouden vragen om hun wapens niet in te leveren.
27 okt. Een Engels vliegtuig, komend vanuit Jakarta, laat boven Soerabaja pamfletten vallen waarin alle Indonesische troepen en militie werden opgeroepen de wapens neer te leggen. De leiders van deze troepen worden boos omdat zij dit zien als een schending van het verdrag dat Mallaby eerder heeft gesloten.
28 okt. Jongeren vallen Engelse soldaten in Soerabaja aan en daarbij worden er 200 gedood.
30 okt. vliegen de Engelsen Soekarno, Hatta en Amir Syarifuddin Harahap te Soerabaja in om met hen te onderhandelen over een mogelijk staakt het vuren. Van Engelse zijde nemen generaal-majoor Hawthorn (commandant van de 23ste Indiase divisie) en kolonel Mallaby deel aan de gesprekken. Het staakt het vuren wordt direct ingesteld maar de gevechten worden al spoedig hervat, deels door een gebrekkige communicatie en deels door het wantrouwen tussen beide partijen en een en ander leidt uiteindelijk tot het bekende gevecht om Soerabaja.
   
Bersiaptijd

Jonge radicale nationalisten (pemoeda’s) richtten hun wrok op Nederland
Onder de bevolking van Soerabaja ontwikkelt zich een anti-Nederlandse stemming, deels door het optreden van de Nederlanders die er zonder meer van uitgingen van de voortzetting van de vooroorlogse koloniale verhoudingen, deels als reactie op de anti-Republikeinse houding van de meeste Indische-Nederlanders. Een en ander leidde tot gevechten tijdens het vlagincident.

okt 1945 ( tot begin 1946) - De bersiaptijd. Gewelddadigheden gecombineerd met moordpartijen gericht tegen de voormalige Japanse bezetter, Britse soldaten en de eigen feodale bestuurders, maar ook tegen Nederlanders, Indo-Europeanen, Chinezen.
. Revolutionaire jongeren (pemoeda's) grijpen de macht op straat. Vanuit hun hoofdkwartier een voormalige koloniale club, de Simpangclub terroriseren ze de stad. Er ontbrandt een straatoorlog, die aan veel mensen het leven zal kosten. Eén van de doden is  Mallaby, hij wordt op 30 oktober door een pemoeda van dichtbij neergeschoten.

Op “Bloedige maandag”, 15 oktober  worden 3.300 Nederlandse mannen en jongens uit hun huizen gehaald en weggebracht. Deels naar de Simpangclub, deels direct naar de Werfstraat- en de Boeboetangevangenis.

De moordpartijen worden in de hand gewerkt door de fel propagandistische radiotoespraken van Boeng Tomo (Soetomo), een radicale en fanatieke revolutionaire leider en K'tut Tantri, de Brits-Amerikaanse kunstenares Muriel Pearson met de bijnaam Soerabaja Sue,  van de zender "Radio Pemberontak". Zij roepen openlijk op tot het "uitroeien van alle Belanda's (Nederlanders) en alle Anjing Belanda (de honden van de Nederlanders), waarmee de Indo-Europeanen worden bedoeld.

De revolutionaire strijd vertoonde anarchistische trekken. De pemoeda in de verschillende delen van het land hadden wel onderling contact, maar hun activiteiten werden niet vanuit een centraal punt geleid. Nu en dan raakten zelfs losse strijdgroepen onderling slaags.

De toestand werd verder gecompliceerd door het optreden van gewone roversbenden die profiteerden van de algemene crisis. Naast de bewapende en getrainde troepen bestonden er natuurlijk ook nog bandieten- en roversbenden en loslopende groepen van de bevolking, die, geprikkeld door materiële nood, plunderend rondtrekken. Zo raakten revolutionair geweld en pure criminaliteit met elkaar vermengd.
De gewapende groepjes die Nederlanders aanvielen waren aanvankelijk klein.
Hoewel de aanvallen uitzonderingen waren en geen massaal geweld, waren het er genoeg om duizenden slachtoffers te maken en de Nederlandse gemeenschap enorm te intimideren.”

Van de andere kant vormden "Indische jongens" maar ook Molukkers, strijdgroepen in Jakarta en Bandung. Willekeurig werden Indonesische jongeren  mishandeld en/of doodgeschoten.


De Indonesische premier Sjahrir roept op om een einde te maken aan de gewelddadigheden.

Gedurende de Bersiap-periode werden 3500 Nederlanders en Indo-Europeanen gedood en later geïdentificeerd. Deze gebeurtenissen bepaalden mede het negatieve Nederlandse beeld van de Indonesische republiek.

Aan Indonesische zijde vielen tienduizenden doden, aan Japanse circa 1000 en aan Britse 660.

Deze explosies van geweld werden weer herhaald bij de Madioen-affaire (1948), de strijd tegen de Darul Islam die een onafhankelijke Islamitische staat voorstond en in 1965 tegen de Communisten

  7 nov - Beginselprogram der Nederlandse regering: "deelgenoot in een Koninkrijk, dat zodanig geconstrueerd is, dat het nationaal zelfrespect van alle daar aan deelnemende volkeren wordt gewaarborgd".
  9 nov - Soekarno wijst de Nederlandse voorstellen af.

9 nov. De Britten stellen een ultimatum in waarin zij verklaren, dat de zij van plan zijn Soerabaja binnen te trekken de Indonesiërs te ontwapenen en de normale toestand in de stad op te herstellen. Alle gijzelaars moeten vrijgelaten worden, alle wapens moeten worden ingeleverd, de leider van de Jeugdbeweging moet worden gearresteerd, evenals de politiechef en de administratieve leiders, die een document van onvoorwaardelijke overgave moeten tekenen. De geüniformeerde politie en het Indonesische  "vredesleger" zullen in het bezit van hun wapens blijven. In de strooibiljetten wordt o.m. gezegd: „Sterke Britsche strijdkrachten, gevoerd van overzee, zullen nu Soerabaja bezetten, en diegenen, die verantwoordelijk zijn voor den moord op brigadier Mallaby straffen. Hierbij zullen zij geen tegenstand tolereeren."

Vier nationalistische leiders hebben via radio-Soerabaja de Indonesiërs aangespoord de wapenen niet in te leveren.
De Slag om Soerabaja.
10 nov - Begin van de Slag om Soerabaja.

De Britten weten de Revolutionairen maar met moeite te verdrijven (dit gebeurde binnen drie weken). Soerabaja krijgt de bijnaam "Stad der Helden". Op 10 november wordt ook jaarlijks de dag der helden "Hari Pahlawan" gevierd. Maar schatting vielen er 6.300-15.000 doden onder de inwoners.