Tijdlijn-geschiedenis van Bali
| Periode | Gebeurtenis | ||
|---|---|---|---|
| 6e eeuw | Een rondreizende Boeddhistische monnik, reiziger en auteur met de naam I Ching, beschrijft het eiland P'oli (mogelijk Bali), waar 136 dorpen liggen te midden van weelderige plantengroei en dat bestuurd wordt door een vorst van wie men gelooft dat hij afstamt van de Hindoegoden. Het moet een eiland zijn geweest waarvan de lengte (van Oost naar West) 50 dagen lopen bedroeg, en de breedte 20 dagen. Waar hij ook is geweest - andere theorieën spreken van Kalimanten of Aceh - veel wat hij zegt of heeft opgemerkt, komt overeen met het beeld van Bali in de 6e eeuw, zoals dat door archeologen is gereconstrueerd. | ||
| 700 | Het eerste begin van directe Indiase invloed op Bali. De eerste sporen van het Boeddhisme. | ||
| 750-850 | Midden-Java wordt bestuurd door een Boeddhistische en een Hindoeïstische dynastie. De Boeddhistische Sailendra’s richten de Borubudur op (824), het Hindoeïstische Mataram de Prambanan-tempels (840). | ||
| 882 | Uit dit jaar stamt de oudste gedateerde inscriptie op Bali die wij kennen. | ||
| Ugrasena ca. 915-942 |
Een vorstelijk decreet noemt Ugrasena (Çri Ugra Çena) als koningin en stichtster van de
oudste dynastie van het eiland, de feodale Warmadewa-dynastie.
|
||
| Eind 10e eeuw | Door het huwelijk van de Oostjavaanse prinses Mahendra Datta met de Balinese prins Udayana van de Warmadewa-dynastie (989) ontstaan er nauwe banden tussen Oost-Java en Bali. Kinderen uit dit huwelijk zijn Airlangga, Dharmawangsa en Anak Wungsu. Airlangga keert uiteindelijk terug naar Oost-Java waar hij een machtig rijk opbouwt (1019-1049), Dahrmawangsa en later Anak Wungsu volgen hun vader op als heersers (1022-1026 en 1050-107) over Bali. Gedurende deze periode wordt de basis gelegd voor de diepgaande Javaans-Balinese politieke en culturele contacten | ||
| 1100 | Beginnende invloed van de Islam in Indonesië (Sumatra), aanvankelijk vanuit India. [ook Perzië en volgens latere opvattingen China] | ||
| 12e eeuw | Bali wordt een vazalstaat van het Oostjavaanse rijk Kediri. | ||
| 1284 | Kertanagara (1268-1292), koning van het Oostjavaanse rijk
Singasari herovert Bali, sticht vrede en verenigt Bali. Toen hij in
1292 werd vermoord, maakt Bali zich weer vrij van Java. |
||
| 1293 | Het vorstendom Majapahit wordt gesticht (Java) Op Bali de Pejeng dynastie 1293 - 1343 |
||
| 1331-1364 | Gajah Mada (1300?-1364) wordt eerste minister van Majapahit | ||
| 1343 | Het Javaanse vorstendom Majapahit verovert Bali. Een grote
militaire expeditie onder Gajah Mada onderwerpt de Pejeng-dynastie
(Bedulu). |
||
| 1478-1520 | Door de opkomst van de Islam, vindt er een omvangrijke
(culturele) migratie naar Bali plaats. De laatste prins van
Majapahit en zijn hofhouding van Hindoepriesters, kunstenaars,
geleerden, edelen en soldaten, vluchten naar Bali en brengen er hun
cultuur zuiver over. Hij sticht daarbij de Gelgel-dynastie, die het eiland tot 1651 vanuit Klungkung regeert. Onder hen bevindt zich ook Dang Hyang Nirartha (volgens de Saka kalender in 1411 of 1489 volgens de Westerse), beter bekend als pedanda Wawu Rawuh ( "de nieuw aangekomen priester"), die veel nieuwe ideeën introduceert in het Balinese Hindoeïsme. Tevens sticht hij op plaatsen aan de kust een aantal tempels: Tanah Lot, Uluwatu, Rambut Siwi, Perancak, Sakenan, Goa Lawah, Dalem Ped, Pulaki and Ponjok Batu. Hij was het die ook de kaste der Brahmana introduceerde in het Balinees Hindoeisme. |
